| » intro | » parenteel Graftdijk |
» foto's familie Graftdijk |
De familie Graftdijk
De Alkmaarse
Courant van 6 augustus 1890 vermeldt dat op de eerste dag van de maand, een
zaterdag, ’s-middags tegen vijf uur een zware onweersbui boven Westgraftdijk
zich ontlaadde.
Daarbij werd
de molen “De Drie Gebroeders”, een houtzaagmolen, eigendom van Graftdijk
getroffen.
De molen brandde tot de grond toe af en werd niet herbouwd.
Alles wat Graftdijk was treurde bij het ongeluk, want alles wat Graftdijk was “draaide” om meneer Graftdijk en zijn molen. meneer Graftdijk was rijk. Hij had veel landerijen en huizen. Overal was het meneer Graftdijk die ergens zijn naam aan verleende of ergens wat in te zeggen had. En het was goed zo. Die hem gekend hebben, spreken zijn naam met eerbied uit.
Ook
betekende de brand dat er voortaan geen brandstof meer van de molen kon worden
betrokken.
Die
brandstof bestond uit het zaagsel dat men voor twee centen per zak kon kopen.
Nat gemaakt was dat een welkome brandstof voor de armen in het dorp en daarvan
waren er nogal wat.
Meneer
Graftdijk was eigenlijk de enige die niet arm was. Hij moet in de ogen van zijn
dorpsgenoten wel fabelachtig rijk zijn geweest.
Hij liet de
kapitale villa “Sonnevanck” bouwen voor de toen wel zeer hoge prijs van f.
22.000,-.
Een enorm
bedrag in die tijd toen een werkmanshuisje nog geen duizend gulden kostte.
In de
volksmond werd het huis van Graftdijk het “Witte paleis” genoemd. In 1911
verliet de familie Graftdijk het huis.
Het werd
verkocht aan de heer Wout Spaan die er tot 1934 in gewoond heeft. Hij moest het
toen verlaten omdat er een nieuwe weg zou komen op de plaats waar zijn huis en
boomgaard stonden. Met de aanleg van de weg werd pas in 1970 begonnen.
Door het verbranden van “De Drie Gebroeders” verdween ook de “adel” van Westgraftdijk uit het dorp.
Die adel was de familie Graftdijk, die er generaties lang werk had gebracht door de molen. De Graftdijkers die er werkten verdienden niet slecht.
De
zaagmolen, een zeskantige bovenkruier met drie zaagramen en twee sleden, had
een “vlucht” van 30 voet en was waarschijnlijk gebouwd in 1730.
Op 1 januari
1731 werd namelijk een overeenkomst afgesloten dat het windrecht was verkregen
op een houtzaagmolen, waarvan de naam werd vastgesteld van “De Drie Gebroeders”
De
overeenkomst werd aangegaan door Cornelis Schermer, schout tot Akersloot,
gequalificeerd door de ambachtsheren van Akersloot en Claes Graftdijk te
Westgraftdijk.
Westgraftdijk:
In
Westgraftdijk bestaat een Graftdijkplein – schepen 1723-1746.
Waarschijnlijk
is hier Claes Jacobsz. Graftdijk. houtkoper, schepen en vroedschap, vernoemd.
Op het
kerkhof van Graftdijk ligt aan de oostkant een grote grafkelder van de familie
Graftdijk.
De
grafkelder werd gesticht in 1835 en sinds die tijd zijn er 27 familieleden in
de kelder bijgezet.
(uit: krantenartikel dd. woensdag 27 januari 1971, regionale courant; beschikbaar gesteld door Esther Graftdijk)
Op grond van de gegevens is het zeer waarschijnlijk dat Jacob Claasz., wonend in Westgraftdijk en van 1691 tot 1702 gedurende een aantal jaren kerkmeester en schoolvoogd (bron: Selectie Magistraten, transscriptie Peter Hartog) de vader is van Claes (Klaas) Jacobsz. Graftdijk. Andere kinderen van Jacob Claesz. zijn Dirk Jacobsz. (Klaas Jacobsz. , zijn broer is aanwezig bij de in de inschrijving - bron: Graft civiele huwelijksintekenboek 1656-1811) en Trijntje Jacobs ook daar is Klaas Jacobsz. aanwezig bij de inschrijving.
Klaas Jacobsz. wordt bij de magistraten van Graft (bron: Selectie Magistraten, transscriptie Peter Hartog) vanaf 1708 vermeld met de naam Klaas Jacobsz. Houtkoper. Vanaf 1719 draagt hij dan de naam Graftdijk. Het is zeer waarschijnlijk dat zijn broer Dirk niet als een Graftdijk, maar onder een andere naam verder heeft geleefd. Welke naam hij aangenomen heeft is niet duidelijk.
Aantal personen met de naam Graftdijk in 1947 - 54 en in 2007 - 42 (Ned.familienamenbank -Meertens instituut)
| » intro | » parenteel Graftdijk |
» foto's familie Graftdijk |