| » intro | » parenteel ter Avest |
Uit: “Historische schetsen Notter-Zuna” – deel 1 t/m 4 – L.Brink – Almelo
Avestinc, Oves,
later ter Avest, alias Eussink (boerderij bestaat niet meer)
ca 750 Erve gesticht; de boer noemt zijn
erve “Aevestinc”, dat is
vestiging aan het water. (Ae =water)
806 Verdrag van Selz: Ter
Avest moet kerkelijke tienden in geld
betalen aan de bisschoppen.
ca 900 Het erve is deel van de marke
Kedingherlant een heeft een volle
waar.
1054 Vestiging van het wereldlijk gezag van de bisschoppen. Ter Avest
blijft zelfstandig, vrij van de 4e garfpacht en extra belastingen.
1325-1336 Leenregister bisschop Johan van Diest: Avestinc wordt niet genoemd.
1381-1383 Leenregister bisschop Floris van Wevelinckhoven: erve is niet
vermeld.
1385 Manuaal Gerardus van Beverfeurde, rentmeester voor bisschop Floris
in Twenthe: erve niet vermeld voor extra belastingen.
1400 De ter Avesten hadden het recht voor goedkeuring van de
markebesluiten en verifiëring en ratificatie daarvan door het plaatsen
van hun huismerk. Zij maakten van dit recht echter nooit gebruik.
Het erve is niet leenroerig, allodiaal, eigendom van de familie ter
Avest. De 4e garfpacht zijn zij niet verschuldigd, wel de kerkelijke
tienden
1475 Schattingsregister bisschop David van Bourgondië: “Oves” belast als
half erve, met ½ waar in de marke Notter-Zuna. Boer ter Avest moet
1 oud schild = 1,5 Rijnse goudgulden betalen en heeft voldaan.
1476 Sacramentsavond = 2e donderdag na Pinksteren: In het grensgeschil
van de marke met marke Noetsele getuigen boeren van Notter en
Zuna voor de richter van Kedinghen, Barthold van Langen. Als eerste
wordt genoemd: Jan ter Avest, die verklaart een erfgenaam van de
marke te zijn, geboren in Suydenae.
1507 Zaterdag voor St.Bonifacius = zaterdag voor 4 juni. In het
grensgeschil met Noetsele getuigen nogmaals boeren van de marke
voor de richter van Kedinghen, Barthold ten Bussche. Onder hen:
Hendrick ter Avest, die opgeeft in Notter geboren te zijn.
1515 Dezelfde Hendrick getuigt voor de marke in het 1e grensgeschil met
Rijssen.
1528 Einde van de wereldlijke macht van de bisschop van Utrecht. Geen
verandering voor Ter Avest. Boer Hendrick ter Avest blijft de
kerkelijke tienden betalen en bovendien de jaarlijkse bijdrage voor
de monarch, resp. Karel V en Philips II.
1568-1577 Opstand tegen Philips II. Onzekere tijden voor het erve.
1583 “Aevestinc seer verdorven” door de Spaanse soldaten van het
garnizoen op de Sculenborgh te Hellendoorn. (uit: Register van de
Spaanse rentmeester van Twenthe – 1587)
1590-1600 Geert ter Avest, dan boer op het erve, besluit zichzelf, zijn gezin en
zijn vrije erve op te dragen aan de Gewestelijke Staten, die het
leengoed aannemen in ruil voor bescherming.
1953 Erve Groot ter Avest afgebrand. (Hist.schetsen Notter-Zuna – L.Brink)
Het grondgebied van de heren van Sudenae strekte zich uit vanaf het Wolterinck op de Notteres, langs de oostelijke Regge-oever tot en met het gebied van Ter Avest.
De ter Avesten waren vanaf het eerste uur verwant aan de Van Sudenae’s. De stichting van het erve ter Avest – in de uithoek van de Regge – had duidelijk een strategisch doel. Immers hemelsbreed lag het erve niet ver van de boerderij
van de van Sudenae’s, later de woontoren Huys Sudenae, terwijl in de zomer contact mogelijk was via de voorde in de Regge bij ter Avest en in de winter dit contact met een bootje tot stand kon komen.
Dat Ter Avest niet leenroerig werd is dan te verklaren uit het feit dat zij familie waren van de heren van Sudenae en dat beide vestigingen elkaar in geval van nood konden steunen.
Bovendien konden de ter Avesten dan aantonen dat zij reeds bij de vestiging baas waren op hun eigen hofstede en aan niemand leenplichtig waren, ook niet aan de van Sudenae’s.
(circa 1540 worden de restanten van de woontoren Huys Sudenae afgebroken door Otto II van Rutenborch)
gegevens van het Meertens instituut:
“De oudste vorm van de naam Avest is oves.
Aves is een variant, waaruit door toevoeging van 't in de uitspraak Avest
ontstaan is.
Oves is een variant van het middelnederlandse ovese.
De oudste betekenis is rand, bijvoorbeeld een bosrand.Dit is een zeer
aanvaardbare verklaring van de naam Avest, voor erven die aan een bosrand
gelegen waren.De betekenis overdekte schuilplaats is echter ook aannemelijk.”
Vermeldingen van erven:
de Lutte 1298-1304 ter Oves 1475 Avest
Oele (Hengelo-Ov.) 1475 ter Ovest, 1495 Avest, 1588
bewoond door Herman Travest
Notter (Wierden) 1495 die Avest
Beltrum (Groenlo) de buurtschap Avest, in 1298 Oves,
in 1428 Aves
Ankeren (Ommen) Avest, in 1400 Aves, maar ook “in der
Aes”
Stadsarchief Deventer:
RA 55: 17-2-1434 ter Aves, erve en guet to Bathmen
RA 55: 14e en 15e
eeuw is er een familie ter Aves(t) in Deventer woonachtig
MA 156: 1473 Johan ter Aves wordt
burger van de stad Deventer
CR I :
1337 vermelding van
Egbertus tor Aves
Schepenen en Raden:
Johan ter Avest schepen in 1535 en 1537
Er zijn connecties tussen Deventer en Notter-Zuna
gezien de vermelding van Lutticke Zudenae (13-6-1523) in het rechterlijk
archief.
(verklaring van de afkortingen: RA = rechterlijk
archief; MA = middeleeuws archief; CR = cameraarsrekening)
Bij de volkstelling van 1947 zijn 303 personen geteld
die de naam ter Avest droegen en in 2007 554 personen. (Ned.familienamenbank Meertens instituut)